Neem de middelste

by | 27 juni 2026

Misschien vroeg je je ooit af: “Wat brengt iemand zo ver om geregeld een blog te schrijven?”

Laat ik het je zeggen en je zult opkijken: bloggers doen het niet voor de centen. Zolang die ‘royalties’ per bijdrage (zoals nu) nog onder de vier nullen blijven, is het sop de kool niet waard.

Maar een blog is meer dan een blog.

Hier, in mijn eenvoudig schrijven, raak ik vaak mijn angsten, bekommernissen, twijfels, kinderlijke wensen … kwijt. Dat heeft u waarschijnlijk al gemerkt. Soms denk ik eraan om eens een zwaarder probleem aan te kaarten, maar dat doe ik dan meestal niet. Ik heb nochtans wel een serieus probleem. Ik was er ooit mee naar een zogeheten zelfhulpgroep gegaan, maar dat loste niets op.

Ze zeiden: “Gooi het in de groep!”.

Ik deed het, en ze grepen allemaal naar hun fiets en reden naar huis.

Nu je toch luistert, wil ik het er hier wel even over hebben, niet dat het me nog hoog zit. Ik zal kort zijn: ik kom uit een gezin met drie kinderen. Drie zonen. Omdat mijn moeder gezondheidsproblemen had, werden de kinderen dagelijks ingeschakeld voor de kindvriendelijke klusjes: koken, boodschappen, afwassen, wassen, kuisen, enz.

Die taken werden door mijn moeder vooraf keurig onder de kinderen verdeeld: ofwel moesten de twee oudsten samen een opdracht op zich nemen, ofwel de twee jongsten samen.

Ik was de middelste van de drie.

En dus altijd de pineut.

Dat maakte me vaak droevig, tot ik jaren later een lotgenoot ontdekte: het vat.

Sla om het even welk whiskyboek open en tel de pagina’s. Je hoeft het niet te doen, ik deed het. Ongeveer dertig procent van een whiskyboek gaat over geschiedenis, gerst, distilleren, water, gist, enz. Vijfenzestig procent gaat over alle soorten whisky’s, met naam en toenaam en producent en een plannetje, waar ook ter wereld.

En de overblijvende vijf procent? Het vat.

Vijf procent. Geen letter méér … voor het vat: de belangrijkste speler tussen ‘distilleren’ en ‘whisky’, de middelste. Mijn lotgenoot.

En het taalgebruik daarbij!

Bijvoorbeeld: ‘Na een derde vulling is het vat uitgeput’. Zo schrijven ze dat, echt!

Uitgeput? Wat een lef! Uitgeput … niet moeilijk.

Stel je voor, je bent een vat.

Ze gooien je, tot drie keer toe, verstikkend vol met een bijtend sap waar je niet om vroeg. Ze laten dat sopje tien jaar of langer staan. Je weet niet wat je ermee moet. Je kunt met moeite zelf nog ademen. Uit persoonlijke trots zorg je dat er geen lekken van komen en dan plots tappen ze dat zootje van je af. Zonder een woordje uitleg, niet eens een ‘merci’. ‘Het vat is uitgeput’, schrijven ze dan. Goed voor tuinmeubelen of om zalm op te roosteren. Geen woord over dat bijtende middel waar ze je jarenlang mee opzadelden. Dat vreet in de kleren!

Zo groeide bij mij een eindeloze eerbied voor het vat. En telkens als ik me een wee dram inschenk, doe ik het in de eerste plaats voor het vat. Lotgenoten onder elkaar.

Door ons dagelijkse contact is ons verbond zelfs zeer sterk geworden.

‘Middelste’ is een magisch woord geworden.

Statistieken tonen het aan.

Waar drie rijen mensen staan aan te schuiven, gaat de middelste rij in meer dan zeventig procent van de gevallen het snelst vooruit. Bij multiplechoicevragen (A, B of C) hoef je nooit te zoeken. Als je twijfelt, neem de middelste (in 68 procent van de vragen is het antwoord B).

Oh, ook dit nog.

Als je bij een ‘line-up’-proeverij een acht-, een vijftien- en een 24-jarige aangeboden krijgt (en je mag nadien een flesje meenemen): neem de middelste.

Een whisky tussen de tien en achttien jaar maakt je meestal stil en woordenloos.

Fernand Dacquin

Fernand Dacquin

Gepassioneerd journalist en auteur van meerdere whiskyboeken. Als Keeper of the Quaich is Fernand internationaal erkend als whiskyambassadeur en weet hij als geen ander verhalen, geschiedenis en smaken tot leven te brengen.