Imagine …
Je wordt wakker en je krijgt een vreemd gevoel. Je wacht even, je maakt een kleine beweging en je ontdekt dat je hele BMI niet meer evenredig verdeeld is over je hele lichaam.
Geen paniek. Dat is normaal na een diepe slaap.
Dan open je de ogen. Maar die vallen meteen weer dicht, als defecte rolluiken. Ook dit is geen probleem; dit kan iedereen overkomen.
Je wringt daarna één oog weer open en draait je hoofd brusk naar je wekker. Ook niet verkeerd, maar beter te vermijden. Het is dan net alsof zo’n metalen knikker rondgeslingerd wordt in je hoofd, als in een flipperkast. Maar als je het toch deed, zoveel te beter, want het stemt tot nadenken.
En dat doe je dan.
Dan denk je: “Hebben wij dan zoveel gedronken, gisteren?”
Merk op dat je hier in de ‘eerste persoon meervoud’ denkt: ‘WIJ’; niet in de ‘eerste persoon enkelvoud’: ‘IK’.
Ook geen probleem. Dat wijst op je maatschappelijke ingesteldheid. Dat is goed.
Dan probeer je rechtop te komen.
Maar je remt dat af, omdat het plafond om een of andere reden onstabiel overkomt.
Je sluit de ogen en denkt met afgrijzen aan het ontbijt dat komen zal.
Je hebt meteen de indruk dat je maag probeert te ontsnappen via de slokdarm.
Rustig blijven, er is niets mis met je.
Dan val je weer achterover in je bed. En je vloekt (wat ik hier uiteraard niet in detail kan geven).
Er is nog steeds niets mis met je, tot het ultieme moment waarop je de magische woorden uitspreekt:
‘NOOIT MEER’.
Nu weet je het met volle zekerheid: je hebt een KATER.
Geen probleem. Neem een Dafalgan in een beetje water. Maar wees voorzichtig, dat BRUIST!
Let op: je hoeft niet precies de woorden ‘nooit meer’ te gebruiken, om tot dat besluit te komen.
Ik hoorde onlangs nog een intellectueel zeggen: “Met alle Chinezen, maar nooit meer met ‘den dezen’.”
Is ook goed.
Zou je denken …, maar je zegt het beter niet.
Ik ga je zeggen waarom, maar eerst dit.
Toen de Schepper ons prototype in elkaar flanste, voorzag hij (of zij?) een reeks enzymen, die ervoor moesten zorgen dat alles later normaal zou werken. Twee daarvan heten alcoholhydrogenase en aldehydedehydrogenase. Beide schieten in gang zodra we een paar whisky’s binnen hebben.
Dat bewijst twee zaken: de Schepper wist dat we whisky zouden drinken (en keurde het bijgevolg goed) en de Schepper veronderstelde dat we er, bij overmatig gebruik, weer snel vanaf wilden (daar had hij dus duidelijk begrip voor). Voor het gemak kortte hij de namen van die enzymen af tot ADH en ALDH.
Wel, het zit zo: je giet een flinke dram binnen. ADH begint meteen: de alcohol wordt omgezet in ethanal. Maar dat lost niets op, want ethanal is giftig en tast de organen aan. Gelukkig hebben we nog die ALDH! Die zet de ethanal om in azijnzuur, dat het lichaam verder afbreekt tot water en koolstofdioxide.
Oef!
Maar … niet met de Chinezen!
Volkeren uit Oost-Azië kregen minder ALDH mee dan wij. Daardoor blijft bij hen die ethanal langer in het lichaam hangen en dat zorgt vaak voor ellendig lange, vreselijke katers.
Iets wat je je wellicht kunt inbeelden.
Dus daarom vermijden we best het C-woord, als we weer zo’n dure eed zweren.
Die Chinezen hebben het al zo moeilijk met hun taaltje.
Ooit geprobeerd, dat Chinees?
Je zou uit wanhoop een whisky méér drinken.
