Good (adv)ICE

by | 15 augustus 2026

Wat maken de weermannen en -vrouwen de laatste weken een heerlijke tijd door. Elke morgen lijken de voorspellingen van al hun weercomputers op elkaar, als eeneiïge zeslingen. Op tv worden die heren en dames euforisch als ze weer een nieuwe hittegolf mogen aankondigen en gaan letterlijk van de grond als ze ‘s middags in Zeenkote de kaap van 36,3 Celsius hebben gehaald. Ietwat verontschuldigend zeggen ze dan, om toch wat ernstiger over te komen, dat we voorzichtig moeten omspringen met water en dat we ons vooral koel moeten houden.

Kijk, dat die mensen daar blij mee zijn, dat begrijp ik.

Maar denken zij ook wel eens aan de vele soortgenoten die daar niet op zitten te wachten? In woonzorgcentra vechten de oudjes voor een ventilator! Wie de Dodenmars moet lopen, komt thuis met asfaltbrand op zijn kuiten. Het waterpeil in rivieren en meren is zo laag gezakt dat vissers, bij elke vangst, hun prooi water uit de fles moeten geven.

En … dan de zwaarstgetroffenen van al: wij, whiskydinkers!

In alle whiskyboeken staat dat we whisky moeten drinken op kamertemperatuur.

Vind dat maar eens, dezer dagen: ‘kamertemperatuur’.

Dat is zowat rond de achttien graden Celsius, zegt AI (Artificiële Incompetentie). Achttien, hé!

Terwijl ik dit schrijf, is het buiten 36 en waar ik zit 26! Enkel ZaZa, onze poes, vond een plek in huis waar het koeler was, maar ze wil niet opschuiven.

Daarom wil ik hier de loftrompet steken voor de man die ervoor zorgde dat whiskyliefhebbers in deze barre tijden toch aan hun trekken kunnen komen: Lloyd Groff Copeman. Dat deze Amerikaan in zo goed als geen enkel whiskyboek te vinden is, zegt genoeg over onze whiskyboeken.

Want kijk: in 1928 kwam hij op een geniaal idee: hij is de uitvinder van de ‘rubberen ijsblokjesvorm’.

Dat kennen we allemaal: het lijkt op een eierverpakking, maar dan in rubber. Je doet water in alle kuiltjes en stopt het ding in je vriezer.

Een uur later kun je er de ijsblokjes zo uitknijpen.

I J S B L O K J E S …? IJS …! In je whisky …? Huiver … huiver … huiver …!

Ik begrijp jullie reactie.

Jullie denken natuurlijk dat ik met een single malt voor me zit.

Dat klopt. Ik weet niet meer wie me die fles ooit schonk, maar ik vraag me nog steeds af wat ik hem of haar ooit misdeed. Het ding is niet te zuipen. Maar met twee klontjes ijs is het best te doen. En dus klopt het wat in de whiskyboeken staat: een vloeistof die je afkoelt, verliest aan smaak. In mijn geval richtte het ijs zich duidelijk op de aceton- en andere gruwelijke smaken die erin zaten. Wat mijn waardering en respect voor het ‘kleine klontje ijs’ nog deed aangroeien.

Meer nog: met een zekere trots kunnen we jullie hierbij een totaal nieuwe indeling van de malt whisky’s voorleggen: enerzijds de ‘ijs-behoevende malts’ en daarnaast de ‘ijs-verfoeiende malts’.

Helaas kan ik geen lijstjes voorleggen. Het is allemaal (zoals het ook in kleine letters in de boeken staat) een kwestie van eigen smaak. Tenzij er smaaknotities bij staan, natuurlijk. Dan weet je vooraf wat je zult proeven en dan hoef je er ook niet over na te denken.

De ‘ijs-verfoeiende malts’ wijzen ons terecht op de vernietigende werking van ‘kou’ op onze smaakpapillen. Koude drank verdooft niet enkel de smaakreceptoren op onze tong; koude moleculen bewegen ook veel minder, waardoor veel minder aroma vrijkomt. Het zijn vooral de zoete en de bittere accenten die wegvallen.

Laat dat dan net de dingen zijn waar de ‘ijs-behoevende malts’ op aansturen. ‘Hoe meer ijs, hoe beter’ is hun slogan.

Beste lezer, zit je nu met een malt voor je en weet je niet tot welke categorie die behoort?

Geen nood. De soep wordt nooit zo heet gegeten als ze wordt opgediend.

Volg de goede raad die alle whisky-experten en -auteurs je geven: voeg er een paar druppels water aan toe, en je whisky zal ‘openbloeien’. Je zult nieuwe aroma’s ontdekken en de eerste druppels van die godendrank op je tong zullen bedwelmend zijn.

Zorg dat er geen wetenschapper in de buurt is, want die zal je zeggen dat het water dat je toevoegde een chemische reactie veroorzaakte in je glas. Simpel: door het water warmde je whisky op, je whisky verdampte daardoor sneller en gaf daarbij, gelukkig voor jou, meer aroma’s vrij. Maar hij zal er, nadat je glorieus glimlachte, ook aan toevoegen dat, door die verdamping, je vloeistof ook afkoelt, wat zal inwerken op je smaakpapillen, waardoor ze straks veel minder gevoelig zullen zijn, waardoor je veel minder zult proeven en …

Verek, zijn er dan geen zekerheden meer in het leven?

En dat water toevoegen aan je whisky, daar wil ik het toch ook nog over hebben: in de polders zijn de aardappelen die ze nu bovenhalen al een centimeter (en meer) kleiner dan normaal. Door gebrek aan water.

Denk daar ook maar eens over na, voor je water toevoegt aan je volgende dram.

Fernand Dacquin

Fernand Dacquin

Gepassioneerd journalist en auteur van meerdere whiskyboeken. Als Keeper of the Quaich is Fernand internationaal erkend als whiskyambassadeur en weet hij als geen ander verhalen, geschiedenis en smaken tot leven te brengen.