Thomas Dewar, managing director van Dewar and Sons, de whiskyblender en -bottelaar, had al lange tijd last van een ‘vuile’ hoest. De dokter wees op het natte Britse klimaat en raadde aan om een tijdje te gaan genieten in een warm en droog land.
We zijn op het einde van de negentiende eeuw en in die tijd gaven dokters nog goede raad.
Thomas stond daar niet weigerig tegenover en besloot het oude Vlaamse gezegde ‘van de nood een deugd maken’ toe te passen. De firma voerde al wat uit naar Amerika, maar kon een marktvergroting gebruiken; whisky was op de andere continenten eerder een weinig gekende drank. Daar lag een eindeloos afzetgebied.
Met het oude Vlaamse spreekwoord ‘Een vliegende kraai vangt meer dan een zittende’ in het achterhoofd, besloot hij niet zomaar één land uit te kiezen, maar de hele wereld rond te reizen. (Thomas Dewar was, zoals je ziet, een kenner van oude Vlaamse spreekwoorden.)
Hij vertrok op 17 augustus 1892 vanuit Liverpool, met de luxueuze stomer ‘City of Paris’, richting Boston. Kort samengevat zag zijn rondreis er verder zo uit: New York, Washington, Chicago, San Francisco, Hawaï, Fiji, Nieuw-Zeeland, Australië, China en Hongkong.
Hij hield een dagboek bij dat hij in 1894 publiceerde ‘om zijn vrienden een plezier te doen’: A Ramble Round the Globe. Het is een heerlijk verhaal over het reizen honderdvijftig jaar geleden en hoe het er op lange zeereizen en overland aan toe ging. Over de dames aan boord en de ‘gekke’ Amerikanen …
Goed dat hij dat in 1894 deed; nu zou hij emmers kritiek over zich heen krijgen uit de onfeilbare wokebeweging.
Over de inwoners van de Samoa eilanden, die zich soms met kokosolie insmeerden, omdat het hen mooier zou maken, zei hij: ‘… ze zouden er ‘kusbaarder’ uit zien, mochten ze zich in het verleden wat meer hebben ingesmeerd met olie. Over het algemeen zijn het onschuldige, eenvoudige mensen die eerder geneigd zijn tot luiheid dan tot energie …’
Leuk zijn ook de confrontaties die hij aan boord, maar ook al wal, had met de ‘teetotellers’. ‘Geheelonthouding’ was in volle opkomst en op heel wat plaatsen in Amerika reeds ingevoerd. Toen hij in Boston hoestsiroop zocht voor zijn zware verkoudheid, kreeg hij in een apotheek een fles met een bruin vocht en een ongekend label. Onder dat label ontdekte hij wat er werkelijk in de fles stak: een whisky van Dewar’s.
Twee jaar na zijn vertrek uit Liverpool kwam Thomas Dewar weer aan in Dover. Hij had alle continenten bezocht en rondgelopen in de belangrijkste steden van die tijd.
Maar er was meer: hij had onderweg een kantoor opgericht in de ‘Big Apple’, en hij sloot contracten af met tweeëndertig invoerders in zesentwintig landen. Hij zorgde ervoor dat Dewar’s Scotch Whisky te verkrijgen was in de belangrijkste hotels en bars aan beide zijden van de Atlantische en de Stille Oceaan. Als iemand whisky op de wereldkaart zette, dan was hij dat wel.
In 1902 werd hij door koning Edward VII tot ridder geslagen.
Thomas was een fervent paardenfokker en betrokken in heel wat racings, maar ook wielrennen lag hem aan het hart. In de eerste plaats bleef hij echter een ervaren whiskyproducent, een scherpziende verkoper en een … filosoof.
Van hem komt de quote: ‘Een filosoof is iemand die naar een leeg whiskyglas kan kijken en glimlachen.’
