Sinds juni vorig jaar hebben we een nieuwe poes: ZaZa. Een Brits Kortharige.
Die beestjes hebben een wat platte snuit, waardoor ze soms moeite hebben om de brokjes bij de rand van hun eetbakje te pakken. Maar ZaZa heeft daar geen moeite mee. Als dat probleem zich voordoet, komt ze het gewoon melden, weliswaar met wat geklaag, zodat ik kan ingrijpen. Ik stel haar dan, met een licht Brugs accent, gerust en dat vindt ze blijkbaar fijn.
Ze spreekt vanzelfsprekend ‘britskortharigs’, maar ze snapt mijn West-Vlaams uitstekend. Gezien ik het britskortharigs zelf niet machtig ben, brengt me dat iedere keer in een vrij netelige positie.
Maar dat laat ik, hoe zou je zelf zijn, natuurlijk niet merken.
Maar er is meer.
ZaZa weet ook waar mijn whiskyflessen staan.
En ze mag looddiep liggen slapen; als ik een fles neem en heel voorzichtig het kurkje eruit haal, heeft ze het gehoord. Deed Pavlov zijn conditioneringsproeven echt met een hond? Hij had beter een kat kunnen nemen.
En dan is de pret bedorven: ze komt bij mijn glas zitten en ik heb de indruk dat ze de druppels kan tellen die ik erin giet. Af en toe gaat haar blik van het glas naar mijn ogen, maar er is geen enkele vorm van begrip of afkeur in te zien. Daarna snuffelt ze even, op verre afstand, aan mijn glas en schuift dan voorzichtig, op haar buik, een halve meter achteruit.
Dan kijkt ze naar me en ik zie haar denken: “Ga je dit echt in je keel gieten?”
Het is moeilijk om aan een poes uit te leggen dat ik geen ‘whisky drink’, maar ‘whisky proef’ (dat is ook zo bij mijn vrouw). Maar ZaZa hoeft niet eens te proeven; haar neus vertelt haar duidelijk genoeg.
En zeggen dat wij, whiskyliefhebbers, oh zo trots zijn op ónze neus.
Het ritueel om het glas van links naar rechts te laten glijden onder de twee neusgaten, terwijl je afwachtend naar het plafond kijkt, maakt het proeven van whisky echt bijzonder. Onze neus … wat een instrument!
Even vergelijken.
Het olfactorische epitheel, dat is het deel van onze neus waar we die dertig miljoen geurreceptoren hebben, is vier vierkante centimeter groot. M.a.w. een kleine postzegel. Bij ZaZa is dat twintig vierkante centimeter. Een halve bankkaart, ongeveer. Met tweehonderd miljoen geurreceptoren.
Neem daarbij dat als we aan ons glas gaan ruiken, slechts vier procent van de lucht die in de neus komt langs die postzegel glijdt.
De BMI van ZaZa is ongeveer gelijk aan die van mij (als je goed rekening houdt met het hoge leeftijdsverschil). ZaZa weegt vier kilo, ik weeg meer. Twintig keer zo veel, ongeveer.
Maar dat grote verschil in gewicht (en noodzakelijkerwijs ook in volume) maakt me, met mijn vier-vierkante-centimeter-epitheel, nog belachelijker.
Ik vermoed zelfs dat ZaZa dat weet. Haar blik, als ik aan mijn ‘wee dram’ snuffel, zegt genoeg.
Wat ben ik blij dat Brits Kortharige (en hopelijk ook alle andere kattenrassen) niet kunnen lachen.
Echter, de Fransen stellen: “La vengeance est un plat qui se mange froid!”
Niets zoeter dan de wraak, als je maar een beetje kunt wachten!
Hoewel ZaZa wellicht kan uitblinken in het feit dat zij haar eigenaar, te midden van een besloten groep mensen, van enkele meters afstand blindelings herkent, dankzij haar reukvermogen… beschouw ik mijn smaakvermogen als superieur aan het hare!
Katten hebben in verhouding veel minder smaakreceptoren dan wij. Ze eten niet omdat ze ‘goesting’ hebben, maar omdat hun neus zegt dat daar eten staat. Als een kat slecht eet, is dat veelal te wijten aan een verstopte neus. Zoet, zout, zuur en bitter … het zegt hen niet veel. Umami? Katten hebben er nooit over gehoord. Toch zijn katten lekkerbekken, of beter gezegd: lekkerneuzen.
Daarnaast moeten we eigenlijk ook niet van de hoge toren blazen: ook bij de mens is de mond geen wonderlijk instrument! Tijdens een test in Londen kregen geblinddoekte proefpersonen koffie te drinken, terwijl de geur van versgebrande koffiebonen werd verspreid. Iedereen genoot van de koffie, hoewel enkele proefpersonen enkel warm water hadden gekregen.
Daarom moeten we ZaZa en alle andere ‘felis silvestris catussen’ dankbaar zijn voor de les: ‘proef met je neus’.
